Walter Swennen
Paintings
18/01/2008 - 23/02/2008

L’œuvre picturale de Walter Swennen est au delà de son apparente naïveté imprégnée de poésie et d’un rapport particulier aux mots et au langage.  En effet, il fut jadis poète, passionné pour la typographie dadaïste et la poésie graphique.
L’origine de chaque tableau est souvent liée à une anecdote ou à une lecture : en effet, on y retrouve des images issues de la culture populaire, de la bande dessinée et des médias mêlant l’abstrait et le figuratif pour recréer un langage poétique et un humour décalés.
 
Walter Swennen apporte un soin particulier aux couleurs, supports,  matières, jus et transparences : le support est littéralement palpable soit par la superposition des couches soit par la mise en valeur de ses éléments structurels. En utilisant aussi bien des couvercles de gazinière que des portes en bois ou des toiles récupérées sur lesquelles il repeint, il joue ainsi avec ces matières qui nourrissent véritablement la peinture en devenir.
 
Sa production unique et mordante qui questionne les fondements de la peinture s’inscrit dans la lignée d’un art imprégné de pop art et de peinture pariétale tout en y mêlant un soupçon d’univers magrittien et de poésie broodthaersienne.



De picturale kunst van Walter Swennen is op het eerste zicht naïef. Maar al vlug blijkt dat zijn werk een grote poëtische kracht bezit en een heel eigen verhouding heeft met woorden en taal. Vroeger was hij immers dichter en enorm geboeid door de dadaïstische typografie en grafische poëzie.
Dikwijls liggen een anecdote of een passage uit een boek aan de oorsprong van zijn schilderijen . We vinden in zijn werk beelden terug uit de populaire cultuur, uit stripverhalen en uit de abstract-figuratieve media. Hij vindt een nieuw soort poëzie uit, doordrenkt met scherpe humor.

Walter Swennen gaat op een héél eigen manier om met kleuren, met de drager, de verf en de doorzichtige delen. De drager is letterlijk tastbaar door laag op laag te schilderen of door de aandacht te leiden naar de structuur van het werk. Swennen gebruikt zowel gasfornuisplaten als houten deuren, of opnieuw opgeviste doeken die hij dan overschildert. Met al dat materiaal brengt hij een "schilderij in wording" tot stand.
 
Zijn werk is uniek en bijtend. Het ligt in het verlengde van de pop art, maar ook in dat van de grotschilderingen en het stelt de fundamenten van de schilderkunst in vraag. Swennen voegt hier nog een wantrouwen tegenover de wereld à la Magritte aan toe én poësie als die van Broodthaers.